De opbrengsten van onderwijs blijken uit de vergelijking van de NSCCT met de prestaties van de leerlingen op taal en rekenen. Testservice Onderwijs heeft daarom de relatie tussen het leerpotentieel en de vaardigheidsscores van Cito-lvs en Dia-toets in kaart gebracht. Daarmee wordt duidelijk welke vaardigheidsscore past bij welke leerpotentieelscore. Op schoolniveau en groepsniveau geeft dit inzicht in de kwaliteit of toegevoegde waarde van het aanbod en op individueel niveau op eventueel onderpresteren. Hiermee kan de school gericht gaan werken aan verbeterplannen en het effect ervan monitoren. De schoolleiding en het bestuur krijgen inzicht in de toegevoegde waarde van het onderwijsaanbod in klassen en scholen.

De vergelijking van de NSCCT met een LVS levert het volgende op:

1. De 'foto' van een groep (een vergelijking op de verschillende toetsmomenten);

2. Film van een groep (hoe heeft de groep zich ontwikkeld in de loop der jaren?);

3. Film van een leerling (hoe heeft de leerling zich ontwikkeld?).


NSCCT en Dia

Diatoetsen geeft in haar rapportagemodule overzichtelijke tabellen en grafieken van de vergelijking tussen de NSCCT en de Dia-volgtoetsen. Ook kunnen scholen vanuit Dia eenvoudig NSCCT-antwoordbladen met de juiste gegevens erop printen.


NSCCT en Cito

Buro Bruis maakt de vergelijking tussen de NSCCT en het CITO-lvs (ook 3.0) met Script.


Onderwijsverbetering

TO heeft een plan van aanpak ontwikkeld voor schoolbesturen die willen werken aan verbetering van de kwaliteit van hun onderwijs in taal en rekenen. Stuur bij interesse een mailtje naar

Onze aanpak levert de scholen het volgende op:

  • Antwoord op de vraag in hoeverre de opbrengsten in overeenstemming zijn met het leerpotentieel van de leerlingen;
  • Inzicht in de kwaliteit van hun leerlingpopulatie.
  • Onderpresteerders worden tijdig gesignaleerd en adequaat aangepakt;
  • Gerichtere werkwijzen met als doel de leerwinst en toegevoegde waarde te vergroten en het monitoren van de effecten;
  • Het 'eigenaarschap' komt te liggen bij leerlingen en leerkrachten, d.w.z. commitment over realistiche doelen;
  • Voor elke leerling vanaf groep 4 wordt een reëel groeiperspectief opgesteld;
  • Zwakke scholen worden voorkomen: niet de eindtoets, maar de groei in vaardigheidsscores gekoppeld aan het leerpotentieel bepaalt de kwaliteit van het onderwijs;
  • Op basis van objectieve gegevens de juiste beslissingen nemen in het kader van passend onderwijs, juist voor leerlingen met een minder dan gemiddeld leerpotentieel en leerlingen met specifieke onderwijs- en/of ondersteuningsbehoeften is het belangrijk grip te krijgen op het eigen leerproces;
  • Kwaliteitsbeleid op bestuursniveau. Door de realistisch opgestelde ambitiedoelen regelmatig te evalueren met de schoolteams. Zo kan er gericht gewerkt worden aan het verbeteren van de kwaliteit. Het bestuur voert gerichte feedbackgesprekken met scholen op basis van objectieve gegevens;
  • Na een jaar ondersteuning door TO kunnen scholen en het schoolbestuur zelf de analyses uitvoeren en doorgaan met hun verbeterplannen op het niveau van het bestuur, de school, de groep en de individuele leerling.
  • Directeuren en schoolbesturen voeren gericht gesprekken op basis van objectieve informatie over de kwaliteit van hun onderwijsaanbod afgestemd op de kwaliteit van de leerlingpopulatie. Werken met de NSCCT voldoet aan de nieuwe wijze van toezicht door de inspectie.

De analyses met Script worden op de M- en E-toetsen uitgevoerd.

Samen met het managementteam wordt de aanpak vormgegeven.