Veel scholen kiezen ervoor om de NSCCT vanaf groep 4 elk leerjaar af te nemen. Hierdoor krijgen zij een steeds betrouwbaardere schatting van het leerpotentieel.

Het is hierbij te verwachten dat de scores per leerjaar zullen variëren. Hiervoor zijn veel redenen aan te dragen waarvan de 'afname conditie' een belangrijke is: waren de omstandigheden tijdens de afname wel gelijk en volgens de voorschriften? Was het belang van de NSCCT dat aan de kinderen is overgebracht wel gelijk? Waren de persoonlijke omstandigheden wel gelijk? Het kan nogal schelen wanneer het kind de ene keer moe was en een andere keer uitgerust, of er thuis problemen spelen enz.

Bij kinderen in deze groepen is de intellectuele ontwikkeling nog volop gaande en er kunnen 'sprongen' worden gemaakt op verschillende momenten.

Verder speelt de meetonbetrouwbaarheid een rol: er is een betrouwbaarheidsinterval van +/- 5 punten, hetgeen impliceert dat een verschil van 10 punten niet perse naar een andere 'ware' score (positie in de normgroep) hoeft te wijzen.

Bij kinderen die een extreme score hebben behaald (zeer hoog of laag) is het te verwachten dat ze later minder extreem zullen scoren (het zogenaamde regressie effect).

De NSCCT is een quick-screenings device met de bedoeling om het onderwijs beter bij de mogelijkheden van de leerlingen te laten aansluiten. Voor diagnostiek waarbij een zware beslissing moet worden genomen over een leerling, is de nscct alleen minder geschikt.


Ouders

Ouders, maar soms ook leerkrachten, denken vaak te 'gefixeerd' over de lp-score, alsof het iets zou zeggen over de genetische aanleg. Ze menen dat hun kind een stempel krijgt en daar niets meer aan te doen valt. Dat is een misvatting. De school kan ouders hiervan af helpen door te vertellen dat zelfs een eenvoudige bloeddrukmeting 3x (in een paar minuten) moet gebeuren om een enigszins betrouwbare inschatting te krijgen en een dag later kan het alweer anders zijn. Ook tussen deze 3 metingen kunnen grote verschillen bestaan en wordt het gemiddelde als de 'ware' bloeddruk genomen.

Bij grote verschillen tussen metingen vanaf 15 punten, is er bij een meting mogelijk iets misgegaan. Dat vraagt om nader onderzoek: wat is de inschatting van de leerkracht, ib'er etc? Kortom hoe ziet het hele plaatje eruit en klopt dit met eerdere metingen?

In het geval dat er een belangrijke beslissing moet worden gemaakt (b.v. naar Pro of niet), is hertesten met de NSCCT of een andere intelligentie test aan te bevelen.


Wat te doen met 2 (of meer) verschillende scores (uit leerjaren):

  • middelen (psychometrisch het best)
  • neem bij extreme verschillen de hoogste score en trek daar 5 punten af.

Hierna kunt u de 'nieuwe' lp score relateren aan de CitoA_E,IV,NSCCTIV-score via de excel-file die u hier kunt downloaden.