Dr. Theo van Batenburg psycholoog | onderwijsonderzoekerTheo van Batenburg

Testservice Onderwijs heb ik opgericht met als doel om sociaal wetenschappelijke instrumenten voor de onderwijspraktijk geschikt te maken en te houden. De Rijksuniversiteit Groningen gaf mij daartoe de licentie van de door mij ontwikkelde NSCCT.

De basis voor de NSCCT is gelegd in de evaluatie van het onderwijs voorrangsbeleid (OVB), latere versies zijn ontwikkeld voor het Cohort Onderzoek Onderwijs Loopbanen (COOL 5-18). In deze evaluatie onderzoeken wordt voor de NSCCT gecontroleerd.

Bij de Rijksuniversiteit Groningen werkte ik, na er in 1979 als psycholoog te zijn afgestudeerd,32 jaar als onderzoeker en docent. Mijn proefschrift (1988) gaat over een evaluatie van taalmethoden in het basisonderwijs. Daarna heb ik 10 jaar het mbo-cohortonderzoek geleid, was betrokken bij de evaluatie van de onderwijskwaliteit in Brazilië (SAEB), de evaluatie van Weer Samen Naar School (WSNS), het VOCL-cohortonderzoek en verschillende toegepaste onderzoeken in E-Learning, didactiek, onderwijsbeleid, Dalton- en praktijkonderwijs. Als docent gaf ik cursussen over testtheorie, itemrespons theorie, methodologie, statistiek en onderwijsonderzoek, –evaluatie en –ontwerp. Vele studenten heb ik begeleid bij hun masterthesis.

Hendrike Schäfer medewerker

Leren is een fascinerend thema. Welke talenten heeft een kind en hoe kun je hem helpen die goed te ontwikkelen? Daarop geeft de NSCCT antwoord want deze test meet de leerpotentie. Daarmee kan de leerkracht onderwijs meer adaptief aanbieden. Na als bioloog werkzaam te zijn geweest bij onder andere de Rijksuniversiteit Groningen ben ik gaan werken bij Testservice Onderwijs, waar ik betrokken ben bij alles wat met de NSCCT te maken heeft.

Drs. Ad Kappen orthopedagoog | onderwijsadviseur

Lange tijd was ik als coördinator passend onderwijs verantwoordelijk voor het lees- en rekenverbeterplan in Enschede. Dit plan heeft landelijke bekendheid gekregen door de steeds betere resultaten, die inmiddels ver boven het landelijke gemiddelde liggen.

De succespijlers onder dit plan zijn de manier van analyseren van de toets-resultaten en de communicatie hierover met schoolleiders, leerkrachten, ouders en leerlingen. Om een goed verhaal met de data te kunnen vertellen moet een antwoord worden gegeven op vragen als: zijn de behaalde lees- en rekenresultaten in overeenstemming met de mogelijkheden van de leerling, ontwikkelt de leerling zich naar behoren en geven de vaardigheidsniveaus of vaardigheidsscores wel een eerlijk en reëel beeld van de kwaliteit van de school?

Testservice Onderwijs heeft de relatie tussen het leerpotentieel (bepaald met de NSCCT) en de Dia- en Cito-vaardigheidsscores in kaart gebracht. Daarmee wordt duidelijk welke vaardigheidsscore verwacht mag worden bij een bepaald leerpotentieel. Op schoolniveau en groepsniveau geeft dit inzicht in de kwaliteit van het aanbod en op individueel niveau op eventueel onderpresteren. Met deze inzichten kan een school gericht gaan werken aan verbeterplannen en het effect ervan monitoren.

De leerkrachten zijn enthousiast over het werken met het leerpotentieel, de analyse van de school, van de groep en van de individuele leerling, omdat het recht doet aan hun vakmanschap.